ECLI:NL:RVS:2011:BV0398
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Overdracht vreemdeling aan Griekenland in strijd met artikel 3 EVRM wegens gebrekkige asielprocedure
De vreemdeling was ongewenst verklaard en tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt en beroep ingesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State verwijst naar het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak M.S.S. tegen België en Griekenland, waarin ernstige tekortkomingen in de Griekse asielprocedure werden vastgesteld. Deze tekortkomingen betreffen onder meer gebrekkige toegang tot de procedure, onvoldoende onderzoek van aanvragen, gebrek aan informatie en rechtsbijstand, en risico op refoulement.
Gezien deze omstandigheden oordeelt de Raad dat de overdracht van de vreemdeling aan Griekenland in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het besluit van de staatssecretaris tot overdracht vernietigd.
De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het terugbetalen van het griffierecht. Hiermee wordt de bescherming van de rechten van de vreemdeling in het kader van het asielrecht gewaarborgd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot overdracht aan Griekenland wordt vernietigd wegens strijd met artikel 3 EVRM.