ECLI:NL:RVS:2011:BV0396
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenrechtelijke asielprocedure over verwesterde Afghaanse mannen en vrouwen
In deze zaak ging het om hoger beroepen tegen uitspraken van de rechtbank 's-Gravenhage inzake asielaanvragen van meerdere Afghaanse vreemdelingen met een westerse levensstijl. De rechtbank had de beroepen van vreemdelingen 4 tot en met 6 gegrond verklaard, stellende dat zij niet hoefden terug te keren naar Afghanistan vanwege het risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De minister stelde zich op het standpunt dat van deze vreemdelingen verwacht kon worden dat zij hun levensstijl aanpassen aan de sociale normen in Afghanistan, mede vanwege het verschil in positie tussen mannen en vrouwen in dat land. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had onderkend dat vreemdelingen 4 tot en met 6 niet hadden aangetoond waarom zij zich niet aan de normen konden aanpassen en dat de minister dit standpunt terecht mocht innemen.
Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze de beroepen van vreemdelingen 4 tot en met 6 gegrond had verklaard, en deze beroepen werden ongegrond verklaard. Voor het overige werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een verbetering van de motivering voor het beroep van vreemdeling 2. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor vreemdelingen 2 en 3.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de beroepen van vreemdelingen 4 tot en met 6 worden ongegrond verklaard; het beroep van vreemdeling 2 wordt gegrond verklaard met verbetering van de motivering.