ECLI:NL:RVS:2011:BU9575
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat minister terecht verblijfsvergunning asiel heeft geweigerd aan minderjarige vreemdeling
De vreemdeling, die bij binnenkomst in Nederland 14 jaar oud was, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees deze aanvraag af omdat de vreemdeling onvoldoende documenten kon overleggen ter onderbouwing van zijn identiteit, nationaliteit en reisroute, en het asielrelaas onvoldoende positieve overtuigingskracht bezat.
De rechtbank had het besluit van de minister vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij zij oordeelde dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met de leeftijd en persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling en dat het verlies van belangrijke documenten niet aan de vreemdeling kon worden toegerekend.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep van de vreemdeling niet tijdig is ingediend en dus niet ontvankelijk is. Het hoger beroep van de minister is gegrond, waarbij de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de minister terecht het ontbreken van documenten aan de vreemdeling heeft toegerekend, ook gezien het beleid dat geen uitzonderingen maakt voor minderjarige asielzoekers. Tevens is het asielrelaas onvoldoende geloofwaardig bevonden. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot weigering van een verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.