ECLI:NL:RVS:2011:BU9456
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M.A. Graaff-Haasnoot
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang bij bouwvergunning tijdelijke woonunits
Appellante had een aanvraag ingediend voor het tijdelijk plaatsen van drie woonunits op een perceel voor de duur van twee jaren. Ondanks dat het college de bouwvergunning onder tijdelijke vrijstelling weigerde, plaatste appellante de units in april 2008 en deze zijn blijven staan. Hierdoor heeft zij feitelijk bereikt wat zij met de aanvraag wilde.
Het college had het bezwaar van appellante gedeeltelijk gegrond verklaard maar de tijdelijke ontheffing geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad overweegt dat appellante geen belang meer heeft bij het hoger beroep omdat zij al de woonunits op het perceel heeft staan voor de beoogde duur. Ook het argument dat het college nog voor een jaar vrijstelling zou kunnen verlenen, leidt niet tot een ander oordeel omdat hier niet om is verzocht. Aangezien appellante geen schade heeft gesteld door het bestreden besluit, verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang.