Uitspraak
200607474/1), ook een opdrachtgever die via een tussenpersoon arbeid laat verrichten is aan te merken als werkgever in de zin van de Wav. Nu voor de verrichte werkzaamheden vergunningen krachtens artikel 2 van Pro de Wav waren vereist en [appellante sub 1] en [appellant sub 2] daarover niet beschikten, heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat [appellante sub 1] en [appellant sub 2] dit artikel hebben overtreden.
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.
200704906/1) wordt in situaties waarin sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid van boeteoplegging afgezien. Hiertoe dient de werkgever aannemelijk te maken dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om de overtreding te voorkomen. Een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding geven de opgelegde boete te matigen.
200704914/1) volgt dat in de door [appellante sub 1] en [appellant sub 2] naar voren gebrachte omstandigheid dat zij zich ervan hebben vergewist dat de vreemdelingen stonden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, geen grond is gelegen voor het oordeel dat sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid, dan wel een beperkte mate van verwijtbaarheid van [appellante sub 1] en [appellant sub 2]. Ook de omstandigheid dat [appellante sub 1] en [appellant sub 2] hebben gecontroleerd of de vreemdelingen in het bezit waren van een VAR-verklaring leidt, mede in het licht van hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 2.4.2. is overwogen, niet tot het oordeel dat de minister van boeteoplegging had dienen af te zien dan wel dat sprake was van een verminderde mate van verwijtbaarheid zodat grond bestond voor matiging van de opgelegde boete.
200802872/1), geen reden bestaat tot matiging van de opgelegde boete over te gaan indien de beboete werkgever niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door de opgelegde boete onevenredig wordt getroffen. [appellante sub 1] en [appellant sub 2] zijn, gelet op de door hen in bezwaar overgelegde stukken, hierin niet geslaagd. Uit de door [appellante sub 1] overgelegde gegevens over de eerste drie kwartalen van 2009 blijkt weliswaar dat zij in die periode verlies heeft geleden, doch hiermee is niet aannemelijk gemaakt dat zij door het betalen van een boete van € 16.000,00 onevenredig is getroffen. Uit het door [appellant sub 2] overgelegde financiële verslag per 30 september 2009 blijkt dat zijn onderneming niet verliesgevend is.