ECLI:NL:RVS:2011:BU8615
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit verblijfsvergunning wegens ondeugdelijke motivering
De vreemdeling kreeg aanvankelijk een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en later voor onbepaalde tijd toegekend. De minister trok deze vergunningen in op grond van het vermoeden dat de vreemdeling onjuiste gegevens had verstrekt of gegevens had achtergehouden bij zijn asielaanvraag, wat tot afwijzing zou hebben geleid.
De minister baseerde zijn besluit mede op het feit dat de vreemdeling in 2008, ondanks zijn asielrelaas, officieel naar Afghanistan was gereisd en daar vier weken verbleef, hetgeen volgens de minister de geloofwaardigheid van het asielrelaas ondermijnt. De vreemdeling voerde aan dat de minister dit vermoeden niet voldoende had gemotiveerd en dat de minister niet kon specificeren welke gegevens onjuist waren.
De Raad van State oordeelde dat de minister niet aannemelijk had gemaakt dat de intrekkingsgrond zich voordeed en dat de omstandigheid waarop de minister zich baseerde zich bovendien na het oorspronkelijke besluit had voorgedaan, waardoor deze niet als grond voor intrekking kon dienen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het besluit van de minister vernietigd en de proceskosten aan de minister opgelegd.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel is vernietigd wegens ondeugdelijke motivering.