Uitspraak
200803868/1, met juistheid overwogen dat de omstandigheid dat [appellant] door de weigering van een VOG de functie van taxichauffeur niet kan uitoefenen, een bij het vaststellen van de Beleidsregels voorzien mogelijk gevolg van die weigering is, en om die reden geen bijzondere omstandigheid in verband waarmee de minister niettemin tot afgifte van de VOG had moeten besluiten. Dat [appellant], als gesteld, vanwege zijn lichamelijke conditie geen andere functie kan vervullen, terwijl hij financieel verantwoordelijk is voor zijn minderjarige dochter kan niet als bijzondere omstandigheid worden aangemerkt, reeds omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij slechts als taxichauffeur inkomsten kan verwerven.
200904560/1/H3terecht overwogen dat de minister niet gehouden is om in gemaakte fouten te volharden.