ECLI:NL:RVS:2011:BU7530
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering machtiging voorlopig verblijf op grond van gezinsleven EVRM artikel 8
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage waarin het bezwaar van vreemdelingen tegen de weigering van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) werd gegrond verklaard. De rechtbank had bepaald dat de minister binnen vier weken een mvv moest verstrekken met als doel het uitoefenen van het gezinsleven conform artikel 8 EVRM Pro bij de oudste zoon respectievelijk broer, en dat deze uitspraak in de plaats trad van het vernietigde besluit.
De Raad van State overweegt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat de weigering niet in strijd is met het recht op gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. Deze overweging is niet bestreden en wordt als juist aangenomen. Echter, de rechtbank heeft ten onrechte zelf in de zaak voorzien door de mvv toe te kennen, terwijl het aan de minister is om na vernietiging van het besluit een nieuw besluit te nemen met een betere motivering.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het bestreden uitspraak voor zover de rechtbank zelf in de zaak heeft voorzien en bepaalt dat de minister opnieuw een besluit moet nemen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 1 december 2011 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover zij zelf in de zaak heeft voorzien; de minister moet een nieuw besluit nemen.