ECLI:NL:RVS:2011:BU7056
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering voorschot kinderopvangtoeslag 2007 ondanks eerdere kennisgeving
Appellante ontving in 2007 een voorschot kinderopvangtoeslag, terwijl zij dat jaar geen gebruik maakte van kinderopvang. De Belastingdienst stelde het voorschot in 2010 vast op €36 en vorderde €13.536 terug. Appellante stelde dat zij de Belastingdienst bij brief had geïnformeerd dat de toeslag niet nodig was en dat de terugvordering in strijd was met het vertrouwensbeginsel.
De Raad van State overwoog dat op grond van de Awir en de Uitvoeringsregeling Awir wijzigingen in omstandigheden die van belang zijn voor de toeslag binnen vier weken schriftelijk gemeld moeten worden met een daartoe bestemd formulier. De brief van appellante werd door de Belastingdienst niet verwerkt omdat zij het juiste formulier niet had gebruikt. Appellante had ook geen contact opgenomen met de Belastingtelefoon.
De Raad oordeelde dat appellante geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan het voortzetten van de voorschotten na haar brief, omdat zij wist of had kunnen weten dat de Belastingdienst de wijziging niet had verwerkt. De werkwijze van de Belastingdienst om wijzigingen alleen via gestandaardiseerde formulieren te accepteren was niet onredelijk bezwarend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de terugvordering van het voorschot kinderopvangtoeslag bevestigd.