Uitspraak
200705360/1).
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees het verzoek van appellante om nadeelcompensatie af, nadat haar woning voor gebruik als woonruimte was gevorderd op grond van de Huisvestingswet. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond, maar de Raad van State stelde vast dat de rechtbank niet bevoegd was om van dit beroep kennis te nemen.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de rechtbank onbevoegd. Vervolgens oordeelde de Afdeling zelf over het beroep en stelde vast dat appellante geen aanspraak kan maken op nadeelcompensatie, omdat de vordering van de woning rechtmatig was en de door haar gestelde verhuis- en herinrichtingskosten tot het normaal maatschappelijk risico behoren.
Verder concludeerde de Afdeling dat er geen andere schadeveroorzakende besluiten waren die in deze procedure aan de orde konden komen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De griffierechtkosten werden aan appellante terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van nadeelcompensatie wordt ongegrond verklaard.