Uitspraak
200908600/1/R4. De behandeling van de overige tegen het besluit van 29 september 2009 ingestelde beroepen van [28 appellanten] zal onder laatstgenoemd nummer worden voortgezet.
200606347/1, had moeten plaatsvinden.
200606347/1overwogen dat de percelen van [appellant sub 12] zijn gelegen in het buitengebied. Er is, ook gelet op het deskundigenbericht, geen reden om thans tot een ander oordeel te komen.
200901104/1/H1, reeds overwogen dat het college van burgemeester en wethouders met het verlenen van de bouwvergunning van 28 april 1976 geen toestemming heeft verleend voor het medegebruik van het bedrijfsgebouw als woning.
200402156/1, een vergelijking hebben gemaakt met de planregeling voor het perceel Hees 60/60A, overweegt de Afdeling dat niet aannemelijk is gemaakt dat het standpunt van de raad dat sprake is van een vergelijkbare situatie nu op het perceel Voort 9/9A, anders dan op het perceel Hees 60/60A, al sinds begin jaren tachtig van de vorige eeuw een bedrijfswoning aanwezig is, onjuist is.
200901104/1/H1, stelt de Afdeling dat dit gebruik niet onder de beschermende werking van het overgangsrecht viel. Overigens heeft de Afdeling noch uit de verklaringen van [belanghebbende B] ter zitting, noch uit de door BNL B.V. en International Telephony overgelegde stukken met zekerheid kunnen vaststellen dat de bedrijfsruimte ten tijde van de vaststelling van het plan daadwerkelijk als bedrijfswoning in gebruik was. Gelet hierop en mede gelet op de aanwezigheid van de bedrijfswoning Voort 9 is de Afdeling van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat geen aanleiding bestaat de bedrijfsruimte Voort 9A als bedrijfswoning te bestemmen.
200706894/1, niet met het toevoegen van een informatieve kaart aan de plantoelichting worden volstaan. Volgens de staatssecretaris moeten onder meer de obstakelvrije zones op de verbeelding worden aangeduid en moeten in de planregels op die zones toegesneden voorschriften worden opgenomen.
200907772/1/R3) vloeit uit de bovengenoemde uitspraak van 26 november 2008 niet voort dat obstakelvrije zones rond vliegbases uitsluitend kunnen worden geregeld door op de verbeelding de zones op te nemen en in de daarbij behorende planregels maximale bouwhoogtes op te nemen. De obstakelvrije zones en hoogtes kunnen eveneens worden gewaarborgd door in de planregels maximale bouwhoogtes op te nemen voor de diverse soorten bouwwerken die binnen het plangebied voorkomen.