ECLI:NL:RVS:2011:BU5037
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondverklaring beroep tegen afwijzing uitstel vertrek op medische gronden
De vreemdeling verzocht op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 om uitstel van vertrek vanwege medische omstandigheden. De minister wees dit verzoek af wegens onvoldoende medische gegevens om een zorgvuldig medisch advies te kunnen geven. Het Bureau Medische Advisering (BMA) had herhaaldelijk medische gegevens opgevraagd bij de huisarts van de vreemdeling, maar deze werden niet verstrekt. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de minister.
De minister stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid, omdat het BMA op basis van de beschikbare gegevens een afwijzend advies had uitgebracht. De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling niet had voldaan aan zijn verplichting om medische gegevens te verstrekken, waardoor het BMA geen nieuw advies kon uitbrengen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister gehandhaafd.