Uitspraak
200900801/1/R3heeft de Afdeling op de daar weergegeven gronden overwogen dat, indien de voor veehouderijen toepasselijke norm wordt overschreden, hieruit niet volgt dat ter plaatse geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en daarmee de zogenoemde omgekeerde werking van de ter plaatse toepasselijke geurnormen verlaten. In de uitspraak van 6 januari 2010 in zaak nr.
200807852/1/R2, heeft de Afdeling ten aanzien van de toepassing van de Wgv geoordeeld dat ook indien de voor veehouderijen toepasselijke norm niet wordt overschreden, er niet zonder meer van kan worden uitgegaan dat ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Gelet hierop dient de raad inzichtelijk te maken in hoeverre ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd en is een enkele verwijzing naar de normen van de Wgv in dit kader onvoldoende. Nu de raad heeft volstaan met een verwijzing naar de normen van de Wgv is niet inzichtelijk gemaakt of ter plaatse van de compensatiekavel een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Dat het agrarisch bedrijf reeds in zijn uitbreidingsmogelijkheden wordt beperkt door bestaande woningen is in dit kader niet relevant. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening ten aanzien van de compensatiekavel. Het verzoek komt in zoverre voor inwilliging in aanmerking.