ECLI:NL:RVS:2011:BU4110
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Niet voldoen aan objectieve criteria voor risico op onderduiken in Vreemdelingenwet 2000
De zaak betreft een hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die het terugkeerbesluit jegens een vreemdeling vernietigde omdat artikel 62, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 niet voldoet aan de objectieve criteria zoals vereist door artikel 3, zevende lid, van de Terugkeerrichtlijn. Deze richtlijn vereist dat het risico op onderduiken gebaseerd moet zijn op objectieve, in wetgeving vastgelegde criteria.
De minister stelde dat artikel 62, derde lid, onder b, een voldoende objectief criterium bevat omdat het ziet op vreemdelingen die illegaal Nederland zijn binnengekomen zonder ooit een verblijfsvergunning te hebben aangevraagd. De rechtbank oordeelde echter dat deze bepaling slechts een omschrijving van een brede categorie vreemdelingen is zonder nadere uitwerking van objectieve criteria per individueel geval.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en oordeelt dat het ontbreken van specifieke objectieve criteria in artikel 62, derde lid, niet in overeenstemming is met de Terugkeerrichtlijn. Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard, het besluit van 13 juli 2011 wordt vernietigd en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de minister om de vreemdeling een vertrektermijn te onthouden is vernietigd wegens het ontbreken van objectieve criteria in de wet.