ECLI:NL:RVS:2011:BU3501
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- I.S. Vreken Westra
- H.H.C. Visser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking vertrekmoratorium Somalische vreemdelingen
De vreemdeling heeft bij besluit van 22 december 2008 een afwijzing ontvangen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het door hem ingestelde beroep ongegrond op 3 november 2010. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De vreemdeling verzocht vervolgens op 11 oktober 2011 de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen om te voorkomen dat de verstrekkingen worden beëindigd gedurende de behandeling van het hoger beroep. Dit verzoek was gericht tegen het besluit van de minister om het vertrekmoratorium voor Somalische vreemdelingen, dat sinds 22 december 2008 gold, in te trekken per 7 oktober 2011.
De voorzitter oordeelde dat de enkele omstandigheid van de intrekking van het vertrekmoratorium geen spoedeisend belang oplevert zoals bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarbij speelde mee dat er geen concrete mededeling was gedaan aan de vreemdeling over het moment waarop de verstrekkingen aan hem zouden worden beëindigd. Het verzoek werd dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de intrekking van het vertrekmoratorium wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.