ECLI:NL:RVS:2011:BU2860
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste gegevens over werkzaamheden bij Afghaanse veiligheidsdiensten
De vreemdeling kreeg aanvankelijk een voorwaardelijke verblijfsvergunning, die later werd omgezet in een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Na bekendwording van een ambtsbericht over de Afghaanse veiligheidsdiensten KhAD en WAD, stelde de minister vast dat de vreemdeling onjuiste of onvolledige informatie had verstrekt over haar werkzaamheden bij deze diensten.
De minister trok daarop de verblijfsvergunning in, omdat de verstrekte of achtergehouden gegevens tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, maar de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat niet aan de intrekkingsvoorwaarden was voldaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat het ambtsbericht betrouwbaar is en dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een significante uitzondering vormt op de veronderstelde betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalt.
Verder is vastgesteld dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat artikel 3 EVRM Pro zich duurzaam tegen haar uitzetting verzet, zodat geen disproportionele belangenafweging tot behoud van de vergunning leidt.
De Raad van State verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt bevestigd wegens onjuiste of achtergehouden gegevens over werkzaamheden bij KhAD/WAD.