ECLI:NL:RVS:2011:BU2849
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Toetsing MTV-controles en vreemdelingenbewaring in grensgebied aan EU-recht en nationale regelgeving
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die oordeelde dat artikel 4.17a van het Vreemdelingenbesluit 2000 niet voldeed aan de waarborgen van het arrest Melki en Abdeli van het Hof van Justitie van de EU. Dit artikel regelt de intensiteit en frequentie van MTV-controles ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding.
De Raad van State stelt vast dat artikel 4.17a Vb 2000 de MTV-controles zodanig reguleert dat deze niet hetzelfde effect hebben als grenscontroles, ondanks dat de regeling geen rekening houdt met het gedrag van betrokkene of specifieke omstandigheden. Hiermee voldoet de regeling aan de eisen van het arrest van het Hof en de eerdere uitspraak van de Afdeling van 28 december 2010.
Daarnaast is het besluit tot vreemdelingenbewaring op 14 juli 2011 getoetst. De Afdeling oordeelt dat de gronden voor bewaring, waaronder het ontbreken van identiteitspapieren, geen vaste verblijfplaats, signalering als ongewenst vreemdeling in Frankrijk en het ontbreken van middelen van bestaan, voldoende zijn. Het beroep van de vreemdeling tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het hoger beroep van de minister gegrond en het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond; de bewaring blijft gehandhaafd.