ECLI:NL:RVS:2011:BU1621
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwang bij parkeren op laad- en loshaven in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft op 23 maart 2010 besloten het voertuig van appellante weg te slepen omdat het geparkeerd stond op een laad- en loshaven, wat in strijd is met de Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en de rechtbank ongegrond werd verklaard.
Appellante voerde aan dat zij bezig was met laad- en losactiviteiten voor een korfbalvereniging en dat het niet mogelijk was binnen tien minuten te laden en lossen. De Raad van State overwoog dat onmiddellijk laden of lossen betekent dat het voertuig bij stilstand voortdurend wordt geladen of gelost gedurende de daarvoor benodigde tijd. Omdat het voertuig minstens tien minuten onbeheerd en met gesloten deuren stond zonder zichtbare laad- of losactiviteiten, mocht het college aannemen dat sprake was van parkeren.
Verder oordeelde de Raad dat het college bevoegd was bestuursdwang toe te passen om de laad- en loshaven vrij te houden en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om hiervan af te zien. Ook het verhalen van de kosten op appellante was gerechtvaardigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot bestuursdwang wordt bevestigd.