ECLI:NL:RVS:2011:BT8609
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- P.A. Offers
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Nederlanderschap wegens overschrijding bezwaar termijn
Appellante kreeg het Nederlanderschap verleend bij koninklijk besluit van 15 juni 2007, dat op 29 april 2008 door de minister van Justitie werd ingetrokken. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaarperiode. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante voerde aan dat zij haar woning had verlaten en de gemeente wist dat zij de post niet ontving, waardoor zij pas in april 2009 kennis nam van het besluit. Zij stelde dat zij binnen zes weken na die datum bezwaar had gemaakt. De Raad oordeelde echter dat de minister het besluit op een geschikte wijze bekend had gemaakt door publicatie in de Staatscourant, omdat appellante niet meer op het laatst bekende adres woonde en niet meer in de gemeentelijke basisadministratie stond ingeschreven.
De termijn voor bezwaar begon daarom op 17 mei 2008 en eindigde op 28 juni 2008. Het bezwaar van 13 mei 2009 was daarmee te laat. Het niet doorgeven van een adreswijziging kwam voor risico van appellante. Haar betoog faalde en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van het Nederlanderschap blijft in stand.