Uitspraak
200802431/1, dat de rechtbank in geval van vernietiging van een besluit de mogelijkheden van finale geschilbeslechting dient te onderzoeken. Daaronder valt volgens het college mede de toepassing van de zogenoemde bestuurlijke lus.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende op 14 mei 2009 subsidie aan het Stadsgewest Haaglanden voor activiteiten binnen het thema Preventief Jeugdbeleid, maar wees een deel van de aanvraag af. Na bezwaar verklaarde het college dit besluit ongegrond, waarna de rechtbank 's-Gravenhage het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering.
Het college stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand hield en dat de rechtbank geen bestuurlijke lus toepaste. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht de motivering onderzocht en dat het college inmiddels een nieuw besluit had genomen.
De Afdeling stelde vast dat de subsidieaanvraag betrekking had op uitvoerende activiteiten voor niet-geïndiceerde jeugdzorg en niet op steunfunctiewerk. Daarom waren de artikelen 13 en 14 van de Wmo, die steunfunctiewerk regelen, niet van toepassing. Het college kon de subsidie daarom niet gedeeltelijk afwijzen op die grondslag.
De Afdeling verklaarde het beroep van het Stadsgewest Haaglanden gegrond, vernietigde het besluit van 11 januari 2011 en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Er werd geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het besluit van het college van gedeputeerde staten Zuid-Holland van 11 januari 2011 wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.