ECLI:NL:RVS:2011:BT8385
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling ongewenstverklaring wegens drugshandel en weigering opheffing
De vreemdeling, van Roemeense nationaliteit, werd in 2004 ongewenst verklaard vanwege een veroordeling voor het invoeren van circa 8 kilogram cocaïne, wat een gevaar voor de openbare orde vormde. Na zijn detentie werd hij uitgezet, maar verbleef daarna meerdere malen illegaal in Nederland en pleegde nieuwe delicten zoals bezit van verdovende middelen, schuldheling en diefstal.
De vreemdeling verzocht om opheffing van de ongewenstverklaring, stellende dat hij geen actuele bedreiging meer vormde en dat hij een bestaan wilde opbouwen in Nederland. De minister wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de minister, maar de Raad van State stelde het hoger beroep van de minister in en vernietigde het vonnis van de rechtbank.
De Raad van State oordeelde dat het gedrag van de vreemdeling nog steeds een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. De door de vreemdeling aangevoerde omstandigheden, zoals zijn werkzaamheden en bezit van een huis in Roemenië, konden dit niet weerleggen. Het beroep van de vreemdeling werd daarom alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de opheffing van zijn ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.