ECLI:NL:RVS:2011:BT8380
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.W.M. Bijloos
- M.L.M. van Loo
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen opheffing vrijheidsontnemende maatregel aan gezin vreemdelingen
Bij onderscheiden besluiten is aan een gezin van vreemdelingen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd en voortgezet. De rechtbank heeft deze maatregel op 23 september 2011 onrechtmatig geacht, opgeheven en schadevergoeding toegekend.
De minister stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de maatregel zou worden opgeheven voordat het hoger beroep was behandeld. De minister voerde aan dat opheffing onomkeerbare gevolgen zou hebben en het belang van effectieve grensbewaking ernstig zou worden geschaad.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het beleid van de minister om ook gezinnen met minderjarige kinderen een vrijheidsontnemende maatregel op te leggen niet onredelijk is, mede gelet op de maximale duur en voorzieningen voor het gezin. De belangen van grensbewaking wegen zwaarder dan het belang van onmiddellijke opheffing.
Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, zodat de minister geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De minister hoeft de vrijheidsontnemende maatregel aan het gezin vreemdelingen niet op te heffen totdat het hoger beroep is beslist.