ECLI:NL:RVS:2011:BT2621
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling onterecht in bewaring gesteld; schadevergoeding nihil
De vreemdeling werd op 27 april 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank oordeelde op 12 mei 2011 dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom niet met een minder dwingende maatregel dan bewaring kon worden volstaan en hief de bewaring op, maar wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding. De Raad van State stelde vast dat de omstandigheden die de rechtbank aan haar oordeel ten grondslag had gelegd, reeds bij het opleggen van de maatregel bekend waren. Hierdoor had de minister de bewaring niet mogen toepassen vanaf het begin.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond. Omdat de bewaring reeds was opgeheven, was een bevel tot opheffing achterwege. De schadevergoeding werd echter op nihil gesteld vanwege het bewust voortzetten van het onrechtmatig verblijf door de vreemdeling. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bewaring werd onrechtmatig geacht vanaf het begin, maar schadevergoeding werd op nihil gesteld.