Uitspraak
200809217/1ten onrechte heeft overwogen dat de vreemdelingen 1, 2, 4 en 5 niet als werknemers in de zin van artikel 39 van Pro het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (hierna: het EG-Verdrag), thans, na wijziging, artikel 45, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: het VWEU) kunnen worden aangemerkt, zodat hij niet bevoegd was om de desbetreffende boetes op te leggen. Daartoe stelt de minister dat deze vreemdelingen gedurende een geruime periode onder het gezag van [appellant sub 2] substantiële arbeid voor hem hebben verricht en daarvoor een beloning ontvingen, zodat [appellant sub 2] werkgever in de zin van de Wav van deze vier vreemdelingen is. De omstandigheid dat zij hun beloning niet rechtstreeks van [appellant sub 2] ontvingen, maakt niet dat [appellant sub 2] in deze niet als werkgever is te beschouwen, aldus de minister.
200607474/1), is ook een opdrachtgever die via een tussenpersoon arbeid laat verrichten aan te merken als werkgever in de zin van de Wav.
200700303/1) voor de kwalificatie als werkgever in de zin van de Wav niet van belang is of loon is betaald dan wel het enkel hulp betrof, heeft de rechtbank terecht overwogen dat de minister bevoegd was om de boete voor de vreemdeling 3 op te leggen en in stand te laten.
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.
200701639/1volgt dat het de verantwoordelijkheid van een werkgever is om, voordat de arbeid een aanvang neemt, na te gaan of aan de voorschriften van de Wav wordt voldaan.
200808107/1/V6).