ECLI:NL:RVS:2011:BR6871

Raad van State

Datum uitspraak
31 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201107000/1/R1 en 201107000/2/R1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
  • P.J.J. van Buuren
  • W.P. van Kooten-Vroegindeweij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:86 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg Tweede Elsweg 2 te Mariënberg

De raad van de gemeente Hardenberg stelde op 26 april 2011 het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Tweede Elsweg 2 te Mariënberg' vast. Hiertegen stelden appellant en anderen beroep in bij de Raad van State en verzochten tevens om een voorlopige voorziening.

Tijdens de zitting op 23 augustus 2011 werd het verzoek behandeld, waarbij partijen hun standpunten toelichtten. Appellant en anderen voerden aan dat het bestemmingsplan ten onrechte de bouw van een woning mogelijk maakt op agrarische gronden tegenover hun woningen, wat hun uitzicht en het groene aanzicht van Mariënberg aantast. Zij stelden dat de woning in het naastgelegen nieuwbouwplan had moeten worden opgenomen.

De voorzitter overwoog dat een bestemmingsplan geen blijvende rechten schept en dat de raad de belangen in redelijkheid heeft afgewogen. De bouw van slechts één woning werd als redelijk beperkt beschouwd, en de afstand tot de bestaande woningen en de omvang van het perceel rechtvaardigen de gekozen locatie. Er was geen sprake van strijd met het uitgangspunt van een ruime opzet bij nieuwbouw. Ook bestond geen grond voor het oordeel dat het plan onrechtmatig was voorbereid of genomen.

Gelet hierop werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak werd gedaan op 31 augustus 2011 door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.

Uitspraak

201107000/1/R1 en 201107000/2/R1.
Datum uitspraak: 31 augustus 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) en, met toepassing van artikel 8:86 van Pro die wet, op het beroep, in het geding tussen:
[appellant] en anderen, wonend te Mariënberg, gemeente Hardenberg,
en
de raad van de gemeente Hardenberg,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 26 april 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Tweede Elsweg 2 te Mariënberg" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 juni 2011, beroep ingesteld. Het beroep is aangevuld bij brief van 29 juli 2011. Bij eerstgenoemde brief hebben [appellant] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 augustus 2011, waar [appellant] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en de raad, vertegenwoordigd door D. Logtenberg, zijn verschenen. Voorts zijn daar [belanghebbenden], vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.
Partijen hebben ter zitting toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.
2. Overwegingen
2.1. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.
2.2. Wat betreft het standpunt van [appellant] en anderen dat zij zich niet serieus genomen voelen door de raad, overweegt de voorzitter als volgt. In het bij het vaststellingsbesluit behorende collegevoorstel is uitgebreid ingegaan op de zienswijzen van [appellant] en anderen. Bovendien is het bestemmingsplan naar aanleiding van één van hun zienswijzen gewijzigd vastgesteld. Voorts is gesteld noch gebleken dat bij deze bestemmingsplanprocedure niet de wettelijke procedures zijn gevolgd.
2.3. [appellant] en anderen voeren aan dat het bestemmingsplan ten onrechte tegenover hun woningen de bouw van een woning mogelijk maakt op gronden die in gebruik zijn als agrarisch gebied. De bouw van deze woning heeft tot gevolg dat hun uitzicht wordt aangetast en het groene aangezicht en de toegang van Mariënberg verloren gaan. Nu de woning recht tegenover de woningen van [appellant] en anderen is voorzien, is het bestemmingsplan bovendien in strijd met het uitgangspunt van de raad om bij nieuwbouw ter plaatse een ruime opzet na te streven. Volgens [appellant] en anderen had de woning in het naastgelegen nieuwbouwplan De Marke II moeten worden opgenomen.
2.3.1. De voorzitter overweegt dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Voorts bestaat geen recht op een blijvend vrij uitzicht. Vast staat dat het bestemmingsplan leidt tot een aantasting van het huidige uitzicht van [appellant] en anderen en tot het verdwijnen van enkele bomen langs de toegangsweg van Mariënberg. De raad heeft deze gevolgen echter in redelijkheid beperkt kunnen achten nu het bestemmingsplan de bouw van slechts één woning mogelijk maakt. Voorts bestaat gelet op de afstand van de voorziene woning tot de woningen aan de overzijde van de Tweede Elsweg en de ruime omvang van het perceel waarop de woning is voorzien, geen grond voor het oordeel dat met het plan afbreuk wordt gedaan aan het uitgangspunt van de raad bij nieuwbouwprojecten een ruime opzet na te streven. Gelet op het vorenstaande wordt in het aangevoerde evenmin grond gevonden voor het oordeel dat de voorziene woning ten onrechte niet in maar aangrenzend aan woningbouwplan De Marke II is voorzien. De voorzitter betrekt hierbij dat de voorziene woning de overgang vormt tussen het bosgebied ten oosten van het plangebied en de voorziene nieuwbouwwijk ten westen van het plangebied.
2.4. Overigens heeft de raad ter zitting meegedeeld dat er, anders dan [appellant] en anderen vrezen, op dit moment geen plannen bestaan om voor de bosgronden ten westen van het plangebied een nieuw bestemmingsplan vast te stellen waarmee nieuwbouwwoningen ter plaatse worden mogelijk gemaakt.
2.5. In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd ziet de voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.
2.6. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het beroep ongegrond;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.P. van Kooten-Vroegindeweij, ambtenaar van staat.
w.g. Van Buuren w.g. Van Kooten-Vroegindeweij
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2011
559.