ECLI:NL:RVS:2011:BR6663
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.A.A. Mondt Schouten
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid verblijf minderjarige vreemdeling in politiecel en jeugdinrichting
De zaak betreft het hoger beroep van een 15-jarige vreemdeling tegen de beslissing van de rechtbank die het beroep tegen zijn vreemdelingenbewaring ongegrond verklaarde. De vreemdeling verbleef in totaal zes dagen in een politiecel, waarvan drie dagen in strafrechtelijke inverzekeringstelling en drie dagen in vreemdelingenbewaring, waarna hij werd overgeplaatst naar een justitiële jeugdinrichting.
De centrale vraag was of het verblijf in de politiecel tijdens de strafrechtelijke inverzekeringstelling moet worden meegerekend bij de maximale termijn van drie dagen die de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) stelt voor het verblijf van minderjarige vreemdelingen in een politiecel. De Raad van State oordeelde dat de strafrechtelijke inverzekeringstelling geen vrijheidsbenemende maatregel is en dus niet meetelt bij deze termijn.
Verder werd geoordeeld dat de overplaatsing naar de jeugdinrichting binnen de wettelijke termijn van drie dagen heeft plaatsgevonden, waardoor de tenuitvoerlegging van de bewaring niet onrechtmatig is. De Raad van State verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.