ECLI:NL:RVS:2011:BR6661
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergewisplicht minister bij uitzetting vreemdeling met medische behandeling
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot weigering van een verblijfsvergunning voor medische behandeling vernietigde. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had aangetoond dat de voortzetting van de medische behandeling van de vreemdeling in het land van herkomst gegarandeerd was.
Het Bureau Medische Advisering (BMA) stelde drie vereisten voor de uitzetting: voortzetting van de behandeling op de plaats van bestemming, beschikbaarheid van medicatie tijdens de reis en een schriftelijke medische overdracht. De minister had wel aangegeven dat de benodigde behandelingen en medicatie in Venezuela beschikbaar zijn, maar had niet concreet aangegeven met welke behandelaar contact zou worden opgenomen voorafgaand aan uitzetting, noch toegezegd dat de vreemdeling niet zou worden uitgezet indien voortzetting van de behandeling niet geregeld kon worden.
De Raad van State bevestigde dat de minister aan zijn vergewisplicht moet voldoen door inzichtelijk te maken met welke behandelaars contact wordt opgenomen en door toe te zeggen dat de vreemdeling niet wordt uitgezet als voortzetting van de behandeling niet gegarandeerd is. De minister had dit niet gedaan, waardoor de rechtbank terecht oordeelde dat de vergewisplicht niet was nagekomen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.