Uitspraak
200802975/1), mag de minister in beginsel uitgaan van de juistheid van een ten overstaan van een opsporingsambtenaar afgelegde en ondertekende verklaring. Dit is slechts anders indien sprake is van bijzondere omstandigheden die nopen tot afwijking van dit uitgangspunt. Blijkens de door de inspecteurs op ambtseed onderscheidenlijk ambtsbelofte opgemaakte inlichtingen- en verhoorformulieren behorende bij het eveneens op ambtseed onderscheidenlijk ambtsbelofte opgemaakte boeterapport, zijn de vreemdelingen op 3 februari 2006 door de inspecteurs door tussenkomst van een telefonische tolk in de Poolse taal gehoord, waarbij de door de vreemdelingen afgelegde verklaringen, nadat deze op schrift waren gesteld, door tussenkomst van de tolk aan hen zijn voorgelezen. De vreemdelingen hebben vervolgens in hun verklaringen volhard en deze ondertekend. Derhalve mag van de juistheid van de verklaringen worden uitgegaan. Dat niet uit de inlichtingen- en verhoorformulieren blijkt welke vragen zijn gesteld en die formulieren niet door de tolk zijn ondertekend, doet niet af aan het feit dat de vreemdelingen hebben volhard bij het verklaarde en derhalve de juistheid ervan onderschrijven.
201011981/1/V6) heeft de rechtbank terecht overwogen dat het door [appellante] onder verwijzing naar de gewijzigde positie van Poolse onderdanen op de Nederlandse arbeidsmarkt met ingang van 1 mei 2007 ingeroepen beginsel, dat de voor de overtreder gunstigste wetgeving moet worden toegepast als deze na de overtreding is gewijzigd, in dit geval niet aan de orde is.
200901239/1/V6), kan eerst op het moment van verlening van de tewerkstellingsvergunning worden geconcludeerd dat de doelstellingen van de Wav niet zijn geschonden. [appellante] heeft niet gesteld dat tegen voormeld besluit rechtsmiddelen zijn aangewend.