ECLI:NL:RVS:2011:BR6302
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.H.M. van Altena
- A.M.L. Hanrath
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen gebruik tuin in agrarisch gebied zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Wormerland legde appellant op 7 december 2010 een last onder dwangsom op om het gebruik van grond als tuin in een agrarisch gebied met landschapswaarden te staken en de grond weer in overeenstemming te brengen met de bestemming. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Haarlem, die dit beroep op 20 juni 2011 ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzitter behandelde het verzoek en oordeelde dat nader onderzoek niet nodig was en dat onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak mogelijk was.
De Raad van State overwoog dat het gebruik van de tuin zonder omgevingsvergunning in strijd is met artikel 2.1 van de Wabo, waardoor het college bevoegd was handhavend op te treden. Het betoog van appellant dat het college het plan had kunnen wijzigen om legalisatie mogelijk te maken, faalde omdat het college niet bereid was van die bevoegdheid gebruik te maken.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen, aangezien het verzoek om vrijstelling onder het oude bestemmingsplan onherroepelijk was afgewezen en het nieuwe bestemmingsplan het gebruik niet legaliseerde. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde eveneens omdat niet was gebleken dat vergelijkbare gevallen gelijk waren aan de onderhavige situatie.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en het handhavingsbesluit bevestigd.