ECLI:NL:RVS:2011:BR5702

Raad van State

Datum uitspraak
24 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201100424/1/R2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Besluit landbouw milieubeheerArt. 4 lid 3 Besluit landbouw milieubeheerArt. 8.1 Wet milieubeheer
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen vaststelling bestemmingsplan Krozenbogerd te Beneden-Leeuwen

De raad van de gemeente West Maas en Waal stelde bij besluit van 21 oktober 2010 het bestemmingsplan 'Beneden-Leeuwen, de Krozenbogerd' vast, dat bedrijven met bedrijfswoningen mogelijk maakt op de locatie Krozenbogerd aan de Van Heemstraweg te Beneden-Leeuwen.

Appellante betoogde dat de voorziene bedrijven en bedrijfswoningen te dicht bij haar veehouderij waren gepland, binnen 100 meter, en dat haar perceel binnen of nabij de bebouwde kom ligt, waardoor strengere afstandseisen gelden. De raad stelde daartegenover dat het plangebied niet binnen de bebouwde kom ligt en dat de bedrijven als objecten categorie III volgens het Besluit landbouw milieubeheer kunnen worden aangemerkt, waarbij een afstand van 50 meter voldoende is.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het plangebied en de omgeving onvoldoende geconcentreerde bebouwing vertonen om als bebouwde kom te gelden. Ook het verkeersbord en de 30 km/h zone zijn niet beslissend voor de beoordeling. Concrete plannen voor toekomstige bebouwde kom-uitbreiding waren niet aannemelijk gemaakt. De raad kon zich daarom redelijk op het standpunt stellen dat het plan voldoet aan de afstandseisen en geen onaanvaardbare belemmering voor de bedrijfsvoering oplevert.

De Afdeling vond geen aanleiding om het besluit te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan Krozenbogerd is ongegrond verklaard en het plan blijft ongewijzigd van kracht.

Uitspraak

201100424/1/R2.
Datum uitspraak: 24 augustus 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante A], [appellante B] en [appellant C] (hierna: [appellante]), gevestigd te Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal,
en
de raad van de gemeente West Maas en Waal,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 21 oktober 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, de Krozenbogerd" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 januari 2011, beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 juli 2011, waar de raad, vertegenwoordigd door L.J.A.M. Meeuwsen en H.T.M. de Boer, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het plan strekt ertoe bedrijven, met daarbij bedrijfswoningen, mogelijk te maken op de locatie Krozenbogerd aan de Van Heemstraweg te Beneden-Leeuwen.
2.2. [appellante] kan zich niet met de met het plan voorziene bedrijven en bedrijfswoningen verenigen omdat deze binnen een afstand van 100 meter vanaf haar veehouderij zijn voorzien. Zij betoogt hiertoe dat mede gezien toekomstige ontwikkelingen in de nabije omgeving haar perceel binnen de bebouwde kom ligt, of zal komen te liggen.
2.2.1. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat de voorziene bedrijven en bedrijfswoningen na realisering van het plan als objecten categorie III in de zin van artikel 1, van het Besluit landbouw milieubeheer kunnen worden aangemerkt. De raad stelt zich daarbij onder meer op het standpunt dat ter plaatse geen sprake is van bebouwde kom. Gelet op voormelde categorie kan, volgens de raad, worden uitgegaan van een afstand van 50 meter tussen het bedrijf van [appellante] en de voorziene bedrijven en bedrijfswoningen. De raad stelt voorts dat met het plan is voldaan aan deze afstand en [appellante] daardoor niet zal worden belemmerd in haar bedrijfsuitoefening.
2.2.2. Ingevolge artikel 1, van het Besluit landbouw milieubeheer, wordt onder een object categorie II, voor zover thans van belang, verstaan: bebouwde kom of aaneengesloten woonbebouwing van beperkte omvang in een overigens agrarische omgeving.
Ingevolge artikel 1, van het Besluit landbouw milieubeheer, wordt onder een object categorie III verstaan: verspreid liggende niet-agrarische bebouwing die aan het betreffende buitengebied een overwegende woon- of recreatiefunctie verleent.
Ingevolge artikel 4, derde lid, van het Besluit landbouw milieubeheer is in afwijking van het tweede lid dit besluit van toepassing op een inrichting die is gelegen op een afstand van minder dan 100 meter van een object categorie I of II, of op een afstand van minder dan 50 meter van een object categorie III, IV of V en die is opgericht voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, indien het aantal landbouwhuisdieren dat gehouden wordt niet groter is dan het aantal landbouwhuisdieren dat op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer of op grond van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer of het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer gehouden mocht worden en voor zover de afstand tot het dichtstbijzijnde object categorie I, II, III, IV of V niet is afgenomen.
In de bijlage behorende bij het Besluit landbouw milieubeheer zijn de afstanden opgenomen die aangehouden dienen te worden tussen bedrijven waarop het Besluit van toepassing is en objecten uit de categorieën I, II, III, IV en V.
2.2.3. De Afdeling stelt vast dat de inrichting van [appellante] onder de werking van het Besluit landbouw milieubeheer valt, nu er 30 melkkoeien en 27 stuks jongvee gehouden worden, blijkens de door [appellante] gedane melding in het kader van het Besluit landbouw milieubeheer op 20 april 2007, die op 3 oktober 2007 is aangevuld.
2.2.4. De Afdeling overweegt dat de grens van de bebouwde kom wordt bepaald door de aard van de omgeving. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur. Nu het plangebied en de directe omgeving daarvan bestaat uit agrarische bedrijven, bedrijven zoals detailhandel en enkele woningen, bestaat er naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende concentratie van gebouwen en bevolking om dit als bebouwde kom, in de zin van artikel 1, van het Besluit landbouw milieubeheer, te kunnen aanmerken. Gelet hierop is evenmin sprake van aaneengesloten woonbebouwing, in de zin van dit artikel.
Voor zover [appellante] aanvoert dat haar perceel, en daarmee ook het plangebied, reeds binnen de bebouwde kom ligt, aangezien het wegverkeersbord "bebouwde kom" voor haar perceel staat en haar bedrijf ligt aan een 30 km/h weg, overweegt de Afdeling dat dit aspecten betreffen die niet leidend zijn bij de beoordeling van de vraag of in dit kader sprake is van een bebouwde kom. Dit betoog van [appellante] leidt derhalve niet tot een ander oordeel.
Voor zover [appellante] betoogt dat in de nabije toekomst ontwikkelingen zullen plaatsvinden waarna de omgeving van het plangebied en haar bedrijf wel binnen de bebouwde kom zal komen te liggen, heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat hier concrete plannen toe bestonden ten tijde van het bestreden besluit.
2.2.5. De raad heeft zich gezien het vorenstaande in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat op grond van het Besluit landbouw milieubeheer het plan op een zodanige afstand is voorzien dat dit niet tot een onaanvaardbare belemmering zal leiden van de bedrijfsvoering van [appellante].
2.3. In hetgeen [appellante] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.
Het beroep is ongegrond.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Vogel-Carprieaux, ambtenaar van staat.
w.g. Van Diepenbeek w.g. Vogel-Carprieaux
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2011
458-677.