ECLI:NL:RVS:2011:BR5425
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende individuele bijzondere omstandigheden
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, die door de minister werd afgewezen. De voorzieningenrechter had dit besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft beoordeeld of de vreemdeling bijzondere, op zijn individuele situatie betrekking hebbende feiten en omstandigheden had aangetoond die een toetsing van het besluit door de rechter noodzakelijk maakten, in het kader van artikel 3 EVRM Pro.
Uit de overgelegde stukken bleek weliswaar dat homoseksuelen in Uganda weinig tolerantie ondervinden en ernstige problemen kunnen ervaren, maar dit was onvoldoende om te spreken van bijzondere individuele omstandigheden. De voorzieningenrechter had ten onrechte niet ambtshalve deze beoordeling verricht.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.