ECLI:NL:RVS:2011:BR5206
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- S.J.H. Cassé
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen bij inzet vreemdeling zonder vergunning
De minister legde op 27 februari 2009 een boete van €9.500 op aan [appellante] wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), specifiek het laten werken van een vreemdeling zonder vergunning en het niet naleven van administratieve verplichtingen. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de werkzaamheden van de vreemdeling ten behoeve van [appellante] waren verricht. [Appellante] stelde dat zij slechts opdracht had gegeven voor kleinschalig herstel en niet voor het verwijderen van de vloer, dat door het aannemersbedrijf was uitgevoerd zonder haar medeweten. De Raad van State oordeelde dat feitelijk werkgeverschap niet afhankelijk is van formele arbeidsovereenkomsten, maar van het feit dat de vreemdeling arbeid verrichtte in opdracht of ten behoeve van de werkgever.
Op basis van verklaringen van gemachtigden en de aannemer concludeerde de Raad dat [appellante] wel degelijk opdracht had gegeven voor de grotere werkzaamheden, waaronder het verwijderen van de vloer. De boete werd daarom bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €9.500 wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning.