ECLI:NL:RVS:2011:BR5035
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- B. van Wagtendonk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring gerechtvaardigd bij frustratie uitzetting en belemmering terugkeer
De vreemdeling werd op 1 februari 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van identiteitspapieren, geen vaste verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de bewaring opgeheven, maar de minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de minister terecht had aangevoerd dat de vreemdeling een eerdere uitzetting had gefrustreerd door in Parijs te weigeren aan boord te gaan van de vlucht naar Marokko. Hoewel deze omstandigheid niet expliciet in het besluit tot bewaring was vermeld, kon de minister deze toelichting wel gebruiken bij de beoordeling of de vreemdeling de terugkeer voorbereidingen ontweekt of belemmert.
De Raad concludeerde dat de omstandigheden in het besluit, in samenhang met de toelichting van de minister, voldoende gronden boden om de bewaring te rechtvaardigen. De eerdere mislukte uitzettingen door verzet of incomplete bagage leidden niet tot het oordeel dat geen redelijk vooruitzicht op verwijdering bestond. Ook was er geen aanleiding om een minder ingrijpende maatregel toe te passen.
Daarom werd het hoger beroep van de minister gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd, het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep van de minister gegrond en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij de bewaring wordt gehandhaafd.