ECLI:NL:RVS:2011:BR5033
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- B. van Wagtendonk
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onjuist toetsingskader bij schrijnendheid in vreemdelingenzaken
De vreemdelingen dienden op 28 januari 2010 aanvragen in voor een verblijfsvergunning op grond van schrijnende bijzondere en individuele omstandigheden. De rechtbank had bij haar beoordeling het beoordelingskader uit de brief van 21 februari 2007 toegepast, dat echter alleen geldt voor aanvragen vóór 18 maart 2005. De minister stelde dat dit toetsingskader niet van toepassing was en dat het beroep van de vreemdelingen ongegrond moest worden verklaard.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onterecht het oude beoordelingskader had gehanteerd en vernietigde de uitspraak. De Afdeling toetste het besluit van 18 augustus 2010 van de minister waarin de verblijfsvergunningen werden geweigerd. De minister had op medische adviezen en het langdurig, maar grotendeels onrechtmatig verblijf van de vreemdelingen in Nederland gewezen, en stelde dat er geen sprake was van schrijnende omstandigheden.
De Raad van State vond dat de minister zich op redelijke gronden op dit standpunt kon stellen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De motie Spekman en Anker werd niet als aanleiding gezien voor een ander oordeel. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens onjuist toetsingskader.