ECLI:NL:RVS:2011:BR5029
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- P.A. Offers
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingen niet vooraf met rechtsbijstand voorbereid, rechtsgevolgen besluiten blijven in stand
De vreemdelingen hadden aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend die door de minister op 20 april 2011 werden afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. De vreemdelingen stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof het feit dat de vreemdelingen niet in de gelegenheid waren gesteld om voor aanvang van de eerste gehoren met een rechtsbijstandverlener te spreken, hetgeen volgens artikel 3.109, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 en het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000 verplicht is. De minister had hiervan afgeweken zonder bijzondere omstandigheden, wat onrechtmatig was.
De Raad van State oordeelde dat hoewel de minister niet conform het beleid had gehandeld, uit de feiten bleek dat dit niet tot enig nadeel voor de vreemdelingen had geleid. De gehoren waren met rechtsbijstand besproken en de gemachtigde kon geen nadelige gevolgen aanwijzen. Daarom werd besloten de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand te laten op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en de ministeriële besluiten, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van deze besluiten blijven bestaan. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdelingen.
Uitkomst: De besluiten tot afwijzing van de verblijfsvergunning worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.