Uitspraak
200305651/1) dient, indien geen van de in de betrokken APV-bepaling vermelde weigeringsgronden zich voordoet, de vergunning te worden verleend en is hierbij van afweging van bij de besluitvorming betrokken belangen als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, geen sprake. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat de vraag omtrent de noodzaak van de tweede uitweg geen rol speelt bij de beoordeling van de verlening van de uitwegvergunning.