ECLI:NL:RVS:2011:BR4435
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en redelijk vooruitzicht op verwijdering naar Guinee
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld en stelde beroep in tegen deze maatregel. De rechtbank oordeelde dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering naar Guinee bestond en hief de bewaring op, met toekenning van schadevergoeding.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat sinds 2009 een Memorandum of Understanding met Guinee bestond en dat er meerdere laissez-passer (lp) waren verleend. Recentelijk was een nieuwe lp afgegeven en waren gesprekken met de Guinese ambassadeur gevoerd, ondanks dat de vreemdeling onvoldoende meewerkte aan het vaststellen van zijn identiteit.
De Raad van State concludeerde dat er wel degelijk een redelijk vooruitzicht op verwijdering bestaat en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Het beroep van de vreemdeling tegen de inbewaringstelling werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard.