ECLI:NL:RVS:2011:BR4416
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- C.J.M. Schuyt
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens toepassing Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De vreemdelingen, inclusief minderjarige kinderen, hadden een verblijfsvergunning asiel aangevraagd die door de minister van Justitie werd afgewezen. De rechtbank verklaarde hun beroepen ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdelingen niet waren uitgenodigd voor de mondelinge behandeling van hun beroepen, wat in strijd was met artikel 8:56 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor werd het eerdere vonnis vernietigd en werd de zaak zonder terugwijzing afgedaan, aangezien de vreemdelingen alsnog in de gelegenheid waren gesteld hun standpunten toe te lichten.
Inhoudelijk betoogden de vreemdelingen dat de overdracht aan Polen op grond van de Dublinverordening onrechtmatig was vanwege tekortkomingen in de Poolse asielprocedure en schending van het EVRM. De Raad van State stelde echter vast dat de aangevoerde documenten en omstandigheden onvoldoende waren om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te weerleggen en dat Polen de refoulementverboden niet schond.
De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de besluiten van de minister bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel alsnog ongegrond verklaard.