ECLI:NL:RVS:2011:BR4024
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- B. van Wagtendonk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens arbeid zonder tewerkstellingsvergunning
De minister legde op 9 februari 2010 een boete van €8.000,- op aan [appellante] wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete werd gehandhaafd na bezwaar en uitspraak van de rechtbank Rotterdam.
De overtreding betrof het laten werken van een vreemdeling zonder geldige tewerkstellingsvergunning. De vreemdeling had een verblijfsvergunning die met terugwerkende kracht was ingetrokken, waardoor hij niet gerechtigd was arbeid te verrichten.
[Appellante] voerde in hoger beroep aan dat zij niet verwijtbaar was en dat de boete onevenredig was gezien haar financiële situatie. De Raad van State oordeelde dat de werkgever bekend was met de intrekking van de vergunning en onvoldoende maatregelen had genomen om de overtreding te voorkomen. De financiële situatie bood geen grond voor matiging van de boete.
De Raad van State bevestigde het eerdere oordeel en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000,- wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder geldige tewerkstellingsvergunning.