Uitspraak
200904080/1/H3, is dat beleid niet onredelijk. Nu, zoals hiervoor is overwogen, in de Gorechtkade na verlening van de door [vergunninghouder] aangevraagde vergunning het aantal kamerverhuurpanden minder dan 15% van het totale aantal woonruimten zou bedragen, diende het college volgens het beleid de aanvraag van [vergunninghouder] in beginsel in te willigen. Zoals het college heeft toegelicht, bestond geen aanleiding om van dat uitgangspunt af te wijken, aangezien de onderhavige woonruimte, welke nog niet eerder kamergewijs werd bewoond, geen geschiedenis van aan kamergewijze bewoning gerelateerde overlast had.