ECLI:NL:RVS:2011:BR3782
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van de rechtmatigheid van afwijzing verblijfsvergunning asiel na toetsing positieve overtuigingskracht
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 19 juli 2011 uitspraak gedaan in het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag verblijfsvergunning asiel gegrond had verklaard.
De kern van het geschil betrof de vraag of de minister terecht het standpunt kon innemen dat de vreemdeling onvoldoende positieve overtuigingskracht had geleverd voor zijn asielrelaas, mede omdat authenticiteit van overgelegde documenten niet was vastgesteld en de vreemdeling tegenstrijdige verklaringen had gegeven over zijn identiteit en achtergrond. Daarnaast werd betoogd dat de minister de beginselen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie niet had nageleefd.
De Raad van State oordeelde dat de minister zich terecht op het standpunt kon stellen dat de vreemdeling onvoldoende positieve overtuigingskracht had geleverd, dat het beroep op artikel 41 en Pro 47 van het Handvest faalde omdat de vreemdeling geen klachten had over het gehoor en de tolk, en dat het vereiste van positieve overtuigingskracht in overeenstemming is met de richtlijn 2004/83/EG en de Nederlandse regelgeving. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.