Uitspraak
200907952/1/H1).
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van De Bilt legde appellant op 21 april 2009 een last onder dwangsom op wegens het zonder vergunning kappen van twee bomen, met de verplichting deze te herplanten. Appellant maakte bezwaar, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de procedure bleek dat appellant niet aan de last onder dwangsom had voldaan en het college niet tot invordering van de dwangsom was overgegaan. De bevoegdheid tot invordering was inmiddels verjaard op grond van artikel 5:35 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State oordeelde dat het college geen nieuw handhavingsbesluit kon nemen als uitvoering van het eerdere besluit en dat appellant daardoor geen belang meer had bij het hoger beroep. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van de invordering van de dwangsom.