ECLI:NL:RVS:2011:BR3202
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering zorg- en huurtoeslag op basis van verzamelinkomen 2008
Appellante maakte bezwaar tegen de besluiten van de Belastingdienst waarin haar zorgtoeslag en huurtoeslag over 2008 werden vastgesteld op lagere bedragen dan de reeds uitgekeerde voorschotten, met terugvordering van de teveel betaalde bedragen. De Belastingdienst baseerde deze terugvordering op het verzamelinkomen zoals vastgesteld in de aanslag inkomstenbelasting 2008, dat hoger was dan het inkomen waarop de voorschotten waren gebaseerd.
De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat de Belastingdienst ten onrechte het bruto verzamelinkomen gebruikte in plaats van haar netto-inkomen, omdat zij alleen dat laatste bedrag daadwerkelijk ontvangt.
De Raad van State overwoog dat op grond van artikel 7 en Pro 8 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) het verzamelinkomen uit de aanslag inkomstenbelasting de juiste grondslag is voor de vaststelling van de toeslagen. Zelfs als het verzamelinkomen in de aanslag te hoog zou zijn vastgesteld, had appellante bezwaar moeten maken tegen die aanslag bij de Inspecteur van de Belastingdienst. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.