ECLI:NL:RVS:2011:BR2267
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- C.H.M. van Altena
- M.R. Poot
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening minister inzake geluidswerende voorzieningen aan ramen
Bij besluit van 19 oktober 2009 weigerde de minister om geluidswerende voorzieningen aan te brengen aan twee ramen van de woning van wederpartij. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van wederpartij gegrond, vernietigde het besluit van de minister en beval hem een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen uit de uitspraak.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te bepalen dat hij in afwachting van het hoger beroep geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank. Wederpartij berustte in dit verzoek.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek op 7 juli 2011 en besloot bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Deze voorlopige voorziening betekent dat de minister tijdelijk niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank, totdat het hoger beroep inhoudelijk is behandeld en beslist.
Uitkomst: De minister hoeft in afwachting van het hoger beroep geen nieuw besluit te nemen over de geluidswerende voorzieningen.