ECLI:NL:RVS:2011:BR2048
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nieuwe beperkingen verblijfsvergunning op grond van openbare orde en transactieaanbod
De zaak betreft het hoger beroep van de minister voor Immigratie en Asiel tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van een vreemdeling tegen de weigering van een verblijfsvergunning gegrond verklaarde. De kern van het geschil is of het beleid om een vergunning tot verblijf te weigeren op grond van het aanvaarden van een transactieaanbod wegens een misdrijf een nieuwe beperking vormt in de zin van artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij de associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Turkije.
De Raad van State overweegt dat de minister sinds 1 mei 1983 zijn bevoegdheid om een vergunning te weigeren wegens gevaar voor de openbare orde uitsluitend heeft uitgeoefend bij veroordeling door de strafrechter. Vanaf 3 april 1996 is deze bevoegdheid uitgebreid tot gevallen waarin vreemdelingen een transactieaanbod hebben aanvaard, wat een aanscherping en dus een nieuwe beperking inhoudt volgens het arrest Toprak en Oguz van het Hof van Justitie.
De minister heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze uitbreiding geen nieuwe beperking vormt. De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank dat het beleid in strijd is met artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning wegens aanvaarden van een transactieaanbod is een verboden nieuwe beperking.