ECLI:NL:RVS:2011:BR2044
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling ontleent rechten aan artikel 6 Besluit nr. 1/80 ondanks late aanmelding arbeidsovereenkomst
De zaak betreft een Turkse onderdaan die van 17 september 1999 tot 30 september 2002 onafgebroken als internationaal vrachtwagenchauffeur werkte bij dezelfde werkgever. Hoewel de arbeidsovereenkomst pas per 1 april 2001 bij het UWV werd aangemeld en premies voor sociale verzekeringen pas vanaf die datum werden afgedragen, stond vast dat de vreemdeling vanaf 1999 een verblijfsrecht en toestemming tot arbeid had.
De staatssecretaris had bij besluit van 14 juni 2007 de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken, wat door de vreemdeling werd bestreden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelde anders. Op grond van vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie ontleent een Turkse werknemer rechten aan artikel 6, eerste lid, van Besluit nr. 1/80 indien hij een onomstreden verblijfsrecht en arbeidstoestemming heeft, ongeacht het tijdstip van aanmelding bij het UWV.
Daarnaast is vastgesteld dat de procedurele waarborgen van Richtlijn 2004/38/EG ook van toepassing zijn op de vreemdeling. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de vreemdeling behoudt zijn verblijfsrecht en arbeidstoestemming vanaf 1999.