ECLI:NL:RVS:2011:BR0550

Raad van State

Datum uitspraak
27 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201009330/5/R3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan ARDO te Zundert

Bij besluit van 3 juni 2010 stelde de raad van de gemeente Zundert het bestemmingsplan "ARDO" vast, dat de bouw van een vrieshuis mogelijk maakt op het perceel Industrieweg 9-11 te Zundert. Verzoekers, wonend te Zundert, stelden beroep in tegen dit besluit en verzochten om een voorlopige voorziening.

De voorzitter behandelde het verzoek op 8 juni 2011. Tijdens de zitting waren verzoekers, de raad van Zundert en de besloten vennootschap Ardo B.V. vertegenwoordigd. De voorzitter overwoog dat verzoekers niet als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kunnen worden aangemerkt, omdat zij op meer dan 280 meter afstand wonen en geen of nauwelijks zicht hebben op het vrieshuis.

Verder werd vastgesteld dat het plan voorziet in een afdoende ontsluiting en dat het plan waarschijnlijk zal leiden tot een vermindering van transportbewegingen, doordat de bedrijfsvoering van Ardo wordt gecentraliseerd. De aanleg van een nieuwe rondweg is niet noodzakelijk en een ontsluiting langs de percelen van verzoekers is niet aan de orde.

Gelet op deze overwegingen wees de voorzitter het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 27 juni 2011 in het openbaar gedaan.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan ARDO is afgewezen wegens gebrek aan belanghebbendheid van verzoekers.

Uitspraak

201009330/5/R3.
Datum uitspraak: 27 juni 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
1. [verzoeker sub 1], wonend te Zundert,
2. [verzoeker sub 2], wonend te Zundert,
3. [verzoeker sub 3], wonend te Zundert,
en
de raad van de gemeente Zundert,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 3 juni 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "ARDO" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] en [belanghebbende] bij brieven, bij de Raad van State ingekomen op 23 september 2010, beroep ingesteld.
Bij brieven, bij de Raad van State ingekomen op 29 april 2011, hebben [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 8 juni 2011, waar [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3], allen vertegenwoordigd door mr. F. van Oostveen, werkzaam bij Achmea Rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door A.J.A. Nicia en M.O.W. Simons, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting de besloten vennootschap Ardo B.V. (hierna: Ardo), vertegenwoordigd door R.M. Teunissen en R. ten Cate, bijgestaan door mr. R.Th.J. van 't Zelfde, advocaat te Breda, verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan maakt de bouw van een vrieshuis met een goot- en bouwhoogte van 30 m, respectievelijk 35 m, en een oppervlakte van 6.500 m² mogelijk op het perceel Industrieweg 9-11 te Zundert. Beoogd is te voorzien in uitbreidingsmogelijkheden voor Ardo, producent en verpakker van vriesverse waren, die op dit perceel is gevestigd.
2.3. De voorzitter verwacht dat [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] niet als belanghebbenden als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bij het bestreden besluit kunnen worden aangemerkt, nu zij, gelet op de afstand tussen de dichtstbijzijnde woning en de perceelsgrens van Ardo van meer dan 280 m, niet of nauwelijks zicht zullen hebben op het vrieshuis.
Voorts is voorzien in een afdoende ontsluiting van het vrieshuis en is niet aannemelijk gemaakt dat het plan, anders dan [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] betogen, zal leiden tot een toename van verkeersbewegingen langs hun woningen aan de Wernhoutseweg. Nu door het plan de bedrijfsvoering van Ardo verder wordt gecentreerd op deze locatie en Ardo derhalve minder of geen gebruik meer zal maken van diverse bedrijfslocaties, is naar het oordeel van de voorzitter aannemelijk dat het plan zal leiden tot een vermindering van het aantal transportbewegingen. Anders dan verzoekers betogen, is de aanleg van de nieuwe rondweg niet noodzakelijk voor de ontsluiting van het vrieshuis en is een mogelijke ontsluiting langs hun percelen in dit plan niet aan de orde. Gelet hierop verwacht de voorzitter dat de beroepen van [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] niet-ontvankelijk zullen worden verklaard.
2.4. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst de verzoeken af.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R. Kegge, ambtenaar van staat.
w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Kegge
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2011
459-653.