ECLI:NL:RVS:2011:BQ7866
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over verlenging verblijfsvergunning wegens schending vergewisplicht
De minister van Justitie wees de aanvraag van de vreemdeling om verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de minister zich onvoldoende had vergewist van de zorgvuldigheid en inhoud van de adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA). De minister had zonder aanleiding om te twijfelen mogen uitgaan van de deskundigheid van de vertrouwensartsen, maar had het aanvullende BMA-advies van 5 februari 2010 niet aan de vreemdeling overgelegd en hem geen gelegenheid gegeven hierop te reageren, wat in strijd is met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Daarnaast had de minister de vreemdeling niet gehoord in de bezwaarprocedure, terwijl dit volgens artikel 7:3 Awb Pro verplicht was omdat niet op voorhand kon worden uitgesloten dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden uitspraak en het besluit van 8 maart 2010, en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens schending van de vergewisplicht en het niet horen van de vreemdeling.