ECLI:NL:RVS:2011:BQ7861
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing aanvraag verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan, welke door de staatssecretaris op 28 januari 2009 werd afgewezen. Na bezwaar en een tweede afwijzing op 16 oktober 2009, gevolgd door handhaving op 10 februari 2010, werd het beroep bij de rechtbank ongegrond verklaard. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat bij herhaalde besluiten van gelijke strekking tegen een eerdere afwijzing slechts toetsing door de rechter mogelijk is indien sprake is van nieuwe feiten, veranderde omstandigheden of relevante wetswijzigingen. Dit beoordelingskader geldt ook voor verblijfsrechten die rechtstreeks uit het Unierecht voortvloeien, waarbij het rechtszekerheidsbeginsel zwaarwegend is.
De vreemdeling had geen nieuwe feiten of relevante wetswijzigingen aangevoerd. Ook werden geen bijzondere omstandigheden gesteld die het bestuursorgaan verplichten terug te komen op het onaantastbare besluit. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten of relevante wetswijzigingen.