ECLI:NL:RVS:2011:BQ7848
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens personal participation bij Iraakse veiligheidsdienst
De vreemdeling, voormalig officier bij de Iraakse Algemene Veiligheidsdienst (AVD), had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen zien worden door de minister van Justitie. De rechtbank had het besluit vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard.
De minister stelde hoger beroep in en voerde aan dat de vreemdeling zich schuldig had gemaakt aan 'personal participation' in ernstige misdrijven zoals martelingen en verdwijningen, gepleegd door de AVD. De werkzaamheden van de vreemdeling, waaronder het bijhouden van personeelsdossiers en het verstrekken van informatie over corrupte medewerkers, waren onmisbaar voor het functioneren van de AVD.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister zich niet op personal participation kon beroepen. Gezien de aard van de werkzaamheden, de rang van majoor en het lidmaatschap van de Baath-partij, was sprake van een wezenlijke bijdrage aan de misdrijven. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Daarnaast faalden de bezwaren van de vreemdeling dat hij op grond van zijn stamachtergrond risico liep op een schending van artikel 3 EVRM Pro en dat er sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 15 van Pro richtlijn 2004/83/EG. De Afdeling vond geen voldoende onderbouwing hiervoor.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.